Bouwstenen internationaal

Uit NORA Online
Ga naar: navigatie, zoeken
Collage van een aantal logo's van bouwstenen met in het midden de afgeronde paarse rechthoek met de tekst Bouwsteen die binnen de NORA wiki gehanteerd wordt als afbeelding bij alle pagina's die een bouwsteen bevatten.
Internationale Bouwstenen
Aanvullingen en actuele gegevens over het gebruik van internationale bouwstenen in Nederland en/of de participatie van Nederlandse organisaties in de doorontwikkeling zijn heel welkom! Dit kan via nora@ictu.nl of in de NORA Gebruikersraad.

Internationale bouwstenen zijn voorzieningen die internationaal als Bouwsteen benoemd zijn, bijvoorbeeld door de EU. Gebruik maken van internationale bouwstenen is niet verplicht, maar kan grote voordelen hebben in grensoverschrijdende diensten. In het rapport Overzicht internationale gegevensuitwisseling in de context van de CEF (PDF, 2,59 MB) staan een aantal bouwstenen beschreven die bij de EU zijn ontwikkeld of nog ontwikkeld worden. De opname van internationale bouwstenen in de wiki is oorspronkelijk gebaseerd op deze bron.

Binnen de EU zijn bouwstenen ontwikkeld binnen de pilots van eSENS, die de komende jaren verder uitgewerkt worden. Hiervoor is geld beschikbaar gesteld via het financieringsprogramma Connecting Europe Facility (CEF). Het programma spreekt van Digital Service Infrastructures (DSI's), waaronder ze ook een aantal andere bestaande en nieuwe bouwstenen rekent.

Digital Home CEF, o.a. Dashboard implementatie en gebruik DSI's
Presentatie herbruikbare bouwstenen binnen CEF
Catalogus van bouwstenen.

Lijst met bouwstenen internationaal

Alle overzichten en CSV-downloads

Bouwstenen internationaal

Hieronder staan alle Bouwstenen internationaal die in de NORA-wiki staan in alfabetische volgorde. Klik op de naam van de voorziening voor meer informatie en een link naar de beheerder.

Bouwsteen internationaal Beschrijving
Business Register Interconnection System (BRIS) Het samenwerken van handelsregisters heeft een lange geschiedenis, beginnend met projecten als het European Business Register (EBR) in 1992, gevolgd door het European Commerce Registers’ Forum (ECRF) in 1998, het BRITE-project (2006-2009), en eJustice/e-CODEX en fora als CRF (Corporate Registers Forum) en IACA (International Association of Commercial Administrators). Het BRITE-project uit het IDABC-programma onderzocht een interoperabiliteitsmodel en elektronisch communicatieplatform voor Europese samenwerkende handelsregisters. De EC spoorde ook het ontwikkelen van het Informatiesysteem voor de Interne markt (IMI) aan.

In een green paper uit 2009 wordt samenwerking tussen handelsregisters en toegang tot informatie voor grensoverschrijdende procedures, zoals internationale fusies, uiteengezet. Deze uitgangspunten werden vastgelegd in EU Verordening 2012/17/EU aangaande het koppelen van handelsregisters. Deze verordening verplicht handelsregisters samen te werken in een elektronisch meertalig netwerk en een uniek internationaal nummer voor registraties (het REID) te hanteren. De Nederlandse Kamer van Koophandel onderschrijft de resultaten van het BRITE-project en de steun van de EC bij het implementeren hiervan.

In het CEF DSI wordt het Business Register Interconnection System (BRIS) ontwikkeld, als platform voor informatieuitwisseling. Deze zou actief moeten zijn in Q2 2017. De technische volwassenheid hiervan is echter beperkt en bevindt zich nog in een vroege fase.
CCN CSI Het Common Communication Network/Common System Interface (CCN/CSI) is een internationaal netwerk voor de douane- en en belastingautoriteiten. Het voorziet in een afgesloten, veilige verbinding voor de uitwisseling van gegevens tussen nationale overheidsorganen in Europa. Dit netwerk werd opgezet naar aanleiding van resolutie 253/2003/EG. CCN/CSI wordt beheerd door Directoraat-generaal Taxation and Customs Union (TAXUD). CCN/CSI verwerkte 1.7 miljard data uitwisselingen per jaar in 2014. Het New Computerised Transit Control System (NCTS) voor verkeer van goederen koppelt bijvoorbeeld via de CCN/CSI gateway.
Core Vocabularies Core Vocabularies draait om Semantiek.
Cyber security Het CEF Cyber security DSI beoogt een coöperatieplatform voor beveiliging, reageren en informatie-uitwisseling met betrekking tot cyberdreigingen, vergelijkbaar met initiatieven als FISHA, ENISA, MISP of DENSEK. Deze activiteiten worden onderschreven door de Europese Strategie voor Cybersecurity en het Network and Information Security (NIS) Directive, en het onderhanden NIS Directive 2. Dit DSI bouwt voort op eerdere initiatieven als NEISAS en ENISA-CERT. In het CEF-werkprogramma voor 2014 werden voorbereidingen getroffen voor een dergelijk platform. Een eerste implementatie stond als doel in het CEF werkprogramma voor 2015, met een lancering van de fysieke infrastructuur in 2016.
E-Documents Het e-Documents bouwblok is een container-component bedoeld om bedrijfsinformatie om te zetten in een herkenbaar en gestandaardiseerd digitaal format. Dit bouwblok consolideert bestaande oplossingen voor ongestructureerde bedrijfsinformatie. e-Documents ondersteunt verschillende gestructureerde en ongestructureerde documenten. Ook ondersteunt het applicaties in het verwerken van documenten. Een aantal functies zijn het bevatten van meerdere payloads, metadata, en veilige routing met e-Delivery. e-Documents maakt gebruik van de ASiC container uit e-CODEX en andere componenten uit SPOCS (OCD) en PEPPOL (VCD). e-Documents hanteert hiervoor de SBDH, RDF/XML, ASiC en ODP standaarden.
E-Identity E-Identity wordt voortgezet in eID, binnen Connecting Europe Facility (CEF). Het doel van e-Identity was een grensoverschrijdend digitaal authenticatiemiddel voor gebruik in verschillende eGovernment applicaties. Hiermee kunnen burgers en bedrijven hun nationale middel (Digid, eHerkenning) gebruiken voor overheidsdiensten in andere EU-lidstaten. e-SENS levert hiervoor de raamwerk-architectuur{{#var:definitie}} als set van protocollen voor een dergelijke implementatie. e-ID leent vooral van de STORK Large Scale Pilot, maar ook projecten als Future e-ID, en is in lijn met de eIDAS verordening.
E-Trustex e-Trustex is een platform voor vertrouwde online uitwisseling van data, anders dan via e-mail of CD’s, voor publieke dienstverlening. Het werd ontwikkeld in het ISA Programma tussen 2010 en 2015 met een budget van 164.1 miljoen. e-PRIOR is een module binnen het e-Trustex platform voor publieke aanbesteding. e-Trustex draait op het CIPA eDelivery netwerk.
EBusiness Deze DSI richt zich op grensoverschrijdende elektronische procedures voor het opzetten en runnen van een bedrijf, ook wel business mobility genoemd. Het is gebaseerd op het Points of Single Contacts (PSC) charter. De DSI is ontleend aan de SPOCS Large Scale Pilot, waarin de nieuwe generatie Points of Single Contact werden ontwikkeld. In e-SENS wordt gewerkt aan het samenbrengen en testen van de verschillende onderdelen uit SPOCS, voordat deze als Business Mobility DSI in CEF verder kunnen worden ontwikkeld. eBusiness maakt onder andere gebruik van de bouwblokken eSignature en eID. Er zijn opties om andere DSI’s te integreren, zoals eCertis of eTranslation. Deze DSI heeft een lage mate van volwassenheid, en er zijn politieke discussies gaande over hoe de volgende generatie PSC’s eruit moet zien. Er is weinig vraag naar grensoverschrijdend gebruik van de PSC’s en in SPOCS werden ook slechts twee pilots uitgevoerd. Het betreft hier dan ook vooral een politieke uitdaging, technisch worden er niet veel uitdagingen benoemd. DG MARKT is verantwoordelijk voor verdere ontwikkeling van deze DSI, maar dit zal zeker niet voor 2017 afgerond zijn.
ECAS De European Commission Authentication Service (ECAS) verleent gebruikers toegang tot een wijde range (250+) aan informatiesystemen van de Europese Commissie, met één en dezelfde account (gebruikersnaam + wachtwoord). ECAS ondersteunt ook single sign-on, een gebruikerIedere persoon, organisatie of functionele eenheid die gebruik maakt van een informatiesysteem hoeft dan niet voor elke dienst opnieuw in te loggen. In het ISA-programma werd ECAS geintegreerd met eID, zodat gebruikers hun nationale eID (in Nederland dus DigiD of eHerkenning) kunnen gebruiken voor toegang tot systemen van de Europese Commissie via ECAS.
ECertis (eProcurement) De Europese verordening 2014/25/EU vereist dat aanbestedingscommunicatie per uiterlijk 2018 elektronisch geschied. eCertis is een publiek beschikbare online informatiebron waar potentiële opdrachtnemers alle documentatie en formulieren kunnen vinden voor grensoverschrijdende publieke aanbesteding. De eProcurement DSI is een eerste stap naar een centraal eCertis systeem. eCertis wordt al sinds 2009 aangeboden als online tool, maar hier wordt een API aan toegevoegd. Deze webservice is essentieel voor integratie in de systemen van de lidstaten. Er is samenwerking met eSENS in de verdere ontwikkeling van eCertis, waaronder een pilot met virtuele ondernemingsdossiers (VCD’s). De technische specificaties voor het VCD werden ontwikkeld in PEPPOL.
EDelivery Het eDelivery bouwblok van CEF maakt het mogelijk voor overheidsinstituten om gegevens betrouwbaar en interoperabel te delen met andere (buitenlandse) overheidsorganen, burgers en bedrijven. Dit is ook een voortzetting van het eSENS bouwblok met dezelfde naam. Hiertoe worden verscheidene standaarden en communicatieprotocollen aangewend.

Elke aangesloten partij wordt een node in een netwerk van access points. Per project of domein bestaan verschillende nodes in de verschillende lidstaten. Elk type data of documenten zou via eDelivery moeten kunnen worden verzonden. Wanneer een node de technische specificaties zoals bepaald in eDelivery volgt en verbonden is met een andere node, kunnen gegevens worden uitgewisseld.

De technische specificaties werden ontleend aan Standards Developing Organizations (SDO’s) als ETSI en OASIS. De berichtenuitwisseling is bijvoorbeeld gebaseerd op de AS4 standaard van OASIS. De Europese Commissie (EC) verzorgt ook een metadata-dienst voor eDelivery. De EC beheert ook sample software volgens de eDelivery specificaties, zoals OXALIS, DOMIBUS en CIPA, en e-SENS beheert een lijst van commerciële en niet-commerciële implementaties van AS4. Dit bouwblok is een samenwerking met e-SENS en e-CODEX. Het bouwt daarnaast voort op PEPPOL en SPOCS.

De technische implementatie van eDelivery wordt georganiseerd door het Directoraat-generaal Informatica (DIGIT); beleid voor eDelivery wordt ontwikkeld door het Directoraat-generaal Communications Networks Content & Technology (CONNECT) van de Europese Commissie. eDelivery heeft ook grond in de eIDAS verordening, waarin onder andere wordt bepaald dat elektronische documenten geen juridisch effect mag worden geweigerd op grond van de digitale aard van het document.

Blijf op de hoogte van eDelivery door lid te worden van de joinupgemeenschap eDelivery of lees eerst de pdf met details eDelivery uit 2015.
EHealth De eHealth DSI heeft tot doel grensoverschrijdende samenwerking en informatieuitwisseling op het gebied van gezondheidszorg in de EU te bewerkstellingen. Dit is vastgelegd in Directive 2011/24/EC. Deze DSI is een voortzetting van de gelijknamige e-SENS pilot in CEF. Vier onderdelen worden voorzien in eHealth: grensoverschrijdende patiënten- en medicatiedossiers, het delen van verzekeringsgegevens, een Europees referentienetwerk voor raadpleging van centres of excellence, en interoperabele patiëntregisters voor onderzoek. In de toekomst zouden hier telemedicine diensten aan toe kunnen worden gevoegd.
EID Dit bouwblok uit CEF voorziet in publieke dienstverlening aan burgers van andere EU-lidstaten door middel van veilige en betrouwbare authenticatieHet aantonen dat degene die zich identificeert ook daadwerkelijk degene is die zich als zodanig voorgeeft: ben je het ook echt? Authenticatie noemt men ook wel verificatie van de identiteit. van gebruikers. eID is ontwikkeld in STORK en SPOCS, en is een voortzetting van het e-Identity bouwblok in e-SENS. De CEF-oplossing bestaat uit software modules voor lidstaten om de eigen identiteiten te ontsluiten, inclusief benodigde ondersteuning. Het grensoverschrijdend gebruik van nationale digitale identiteiten is vastgelegd in de eIDAS verordening.

eID wordt al op beperkte schaal gebruikt:

  • 12 lidstaten kunnen hun nationale identiteiten al gebruiken voor Europese online dienstverlening via ECAS
  • 5 lidstaten gebruiken STORK al om in te loggen op eDelivery
  • in 5 lidstaten kunnen buitenlandse studenten al online academische diensten gebruiken met hun eID
  • in 10 lidstaten kun je al toeslagen aanvragen met je eID.
Ook in Nederland wordt gewerkt aan een online identiteit die Europees kan worden gebruikt volgens eIDAS in Idensys. Idensys is de publiek/private opvolger van DigiD en eHerkenning met een hoger betrouwbaarheidsniveau. Vanaf 18 september 2018 is eID herkenning door EU-lidstaten verplicht. Doorontwikkeling van eID ontvangt financiering vanuit de CEF tot 2017.
EInvoicing Dit bouwblok helpt publieke dienstverleners elektronische facturatie te implementeren conform het EU eInvoicing Directive 2014/55/EU. Voorheen was de adoptie van elektronische facturatie laag, en waar aanwezig bestond een veelvoud aan syntaxen en standaarden voor facturen en uitwisseling. Het CEN ontwikkelt hiervoor een nieuwe standaard (CEN BII en CEN MUG workshops, CEN/PC 434 , CEN/PC 440) voor facturen van leveranciers aan overheidsorganisaties. Het doel is de inhoud, taal en uitwisseling van facturen te standaardiseren. Volgens 2014/55/EU moeten overheden en leveranciers voldoen aan de standaard per november 2018.

eInvoicing is complementair aan het PEPPOL-netwerk en de eProcurement pilot in e-SENS. CEF ondersteunt zowel overheidsorganisaties als softwareontwikkelaars bij het implementeren van de eInvoicing standaard, middels een website, test-infrastructuur en een helpdesk. eInvoicing kan worden gecombineerd met het eDelivery bouwblok.

17 landen hebben de CEN-standaard al geïmplementeerd in hun PEPPOL-communicatie. Mercurius, het facturatieplatform van de Belgische overheid, dat wordt gebruikt sinds 1 juli 2014, is gebaseerd op het open source platform van de EC, Open e-PRIOR, wat voldoet aan de CEN-standaard.

eInvoicing is bedoeld voor Administration to Business (A2B) en Administration to Administration (A2A) uitwisseling van facturen. eInvoicing is efficiënter en betrouwbaarder dan de huidige praktijk, en moet daarom leiden tot significante kostenbesparing. CEF heeft een budget van € 9 miljoen vrijgemaakt tot 2018 voor het ontwikkelen van de standaard door CEN en het assisteren bij de implementatie door lidstaten. Het technisch management is belegd bij Directoraat-generaal Informatica (DIGIT); het beleid bij het Directorate-General for Internal Market, Industry, Entrepreneurship and SME’s (DG GROWTH).
EJustice Dit CEF-DSI is een voorzetting van de gelijknamige e-SENS pilot en e-CODEX, en geeft invulling aan het e-Justice actieplan, dat in juni 2014 werd aangenomen door de Europese Commissie. De kern van de eJustice DSI wordt gevormd door het eJustice portal, datr is ontwikkeld op basis van e-CODEX.

Het eJustice portaal is toegankelijk sinds 2010, met als doel het enige loket voor juridische zaken in Europa te zijn. Het eJustice portal biedt nu al informatie en formulieren voor een wijde reeks aan juridische grensoverschrijdende procedures. Het is bijvoorbeeld aangesloten op het Europese kadastraal netwerk EULIS.

Aan het portal worden mogelijk nog andere functies toegevoegd, zoals het zoeken naar juridisch professionals in alle lidstaten, een Europees dossiernummer, en een zoekmachine voor jurisprudentie, maar de status van deze diensten is nog onduidelijk. Het eDelivery bouwblok zou ook worden geïntegreerd in het eJustice portal. CEF financiering is nog niet voorzien voor eJustice.
ESignature Dit bouwblok heeft een elektronische handtekening tot doel voor authenticatieHet aantonen dat degene die zich identificeert ook daadwerkelijk degene is die zich als zodanig voorgeeft: ben je het ook echt? Authenticatie noemt men ook wel verificatie van de identiteit. van afzenders van berichten in grensoverschrijdende publieke dienstverlening. De noodzaak en eisen aan digitale handtekeningen zijn vastgelegd in Directive 2006/123/EC en besluit 2011/130/EU , alsmede de eIDAS verordening. Concreet wordt door CEF software aangeboden voor het maken en valideren van eSignatures (Digital Signature Service) en het opzetten en onderhouden van een ‘trusted list’ van vertrouwde uitgevers van deze certificaten (TLmanager). Deze software wordt al succesvol gebruikt in het e-CODEX project, het Deense Single-point-of-contact, en het Franse Agentschap voor Veilige Documenten.
ETranslation Het CEF Automated Translation (AT) bouwblok helpt overheidsorganisaties grensoverschrijdend informatie uit te wisselen over de verschillende taalbarrières in de Europese Unie heen. Het is een voortzetting van MT@EC uit het ISA-programma, en de onderliggende open-source technologie MOSES. MT@EC benut de kennisbank van de EC met vertaalde documenten in de 24 officiële talen van de EU. Het doel is alle CEF DSI’s meertalig te doen functioneren. Ook zijn er stand-alone vertaaldiensten voorzien voor het vertalen van tekst. Ten slotte zorgt AT voor significante kostenbesparing op vertalingen. De technische implementatie verzekert van vertrouwelijke en continue vertaling en kan vertalen binnen een bepaalde context (bijvoorbeeld aanbesteding of medische context). Hiervoor loopt de vertaling via sTESTA, maar dit kan ook via een veilige internetverbinding. AT komt zowel als API voor integratie in digitale toepassingen, als een web interface voor direct gebruik door mensen.
EUCARIS EUCARIS staat voor de EUropean CAR and driving license Information System. EUCARIS is GEEN EU-initiatief, maar gebaseerd op een intergouvernementeel samenwerkingsverband van inmiddels ruim 30 Europese landen gericht op het ontwikkelen en exploiteren van een uitwisselingssysteem voor vervoer- en transport gerelateerde gegevens.

De architectuur{{#var:definitie}} van EUCARIS gebruikt sTESTA als Netwerklaag en daarbovenop een applicatie gebaseerd op web-service technologie.

EUCARIS bestaat uit een generiek framework dat verantwoordelijk is voor de routering en de security van de berichtuitwisseling met daarop specifieke functionele services betreffende voertuigen en hun eigenaren, rijbewijzen, gegevens van transportondernemingen, kilometerstanden etc.

Het systeem koppelt de registraties in de aangesloten landen via nationale contactpunten (NCP’s). Elk land heeft door het gebruik van EUCARIS één interface tussen hun nationale autoriteiten en Europa. De implementatie van nieuwe services wordt hierdoor sterk vereenvoudigd en het beheer veel goedkoper.
EURES EURES (European Employment Services) is een samenwerkingsnetwerk tussen publieke arbeidsdiensten, in samenwerking met vakbonden en verenigingen van werkgevers. Het doel van het EURES-netwerk is vrije beweging van werknemers binnen de EU. Het EURES-netwerk is toegankelijk voor werkgevers en werkzoekenden via een online portal.
Electronic exchange of social security information (EESSI) EESSI is een IT-systeem dat de sociale-zekerheidsorganen in Europe zal helpen informatie uit te wisselen. Dit is vastgelegd in Europese regelgeving (verordeningen 883/2004 en 987/2009) over de coördinatie van sociale zekerheid. Alle grensoverschrijdende gegevensuitwisseling tussen de sociale zekerheidsorganen zal lopen via gestructureerde elektronische documenten in een door de EC beheerde infrastructuur. De verschillende instituten zijn gekoppeld in nationale netwerken, die weer internationaal zijn gekoppeld via access points. Hierin vormt sTESTA de backbone waarover de informatie moet worden gecommuniceerd. EESSI moet leiden tot het efficiënter verwerken van berichtenverkeer in de sociale zekerheid. EESSI was oorspronkelijk een project uit het IDABC-programma. EESSI wordt vanuit de Europese Commissie ontwikkeld door een administratieve commissie en een technische commissie onder leiding van het Directoraat-generaal Employment Social Affairs & Inclusion. Het EESSI-project wordt sinds 2014 bijgestaan door een consortium van 13 sociale-zekerheidsorganen uit 10 EU-lidstaten onder de noemer SAFE (Social Agencies of Future Europe), waaronder de Nederlandse SVB. SAFE levert een bijdrage door tijdens de ontwikkeling van EESSI het systeem te testen, waarbij RINIS optreedt als testmanager, en de implementatie te ondersteunen. Dit wordt gefinancierd door de EC onder SAFE 30-CE-0595730/00-51, getekend in 2013.
Europeana In heel Europa hebben duizenden galerieën, musea en archieven hun kunstcollecties gedigitaliseerd. Deze virtuele kopieën van tekst, beelden en objecten staan opgeslagen op lokale servers of in de Cloud. Europeana is een platform dat het mogelijk maakt deze collecties online publiek te maken, zodat iedereen deze kunstschatten kan ontdekken en gebruiken. De creatieve industrie waar de Europese digitale kunstbronnen input voor leveren beslaat 4% van de Europese banen en BNP. Publiek gemaakt in 2008 als meertalig toegangspunt voor digitaal Europees erfgoed, biedt Europeana reeds toegang tot 33 miljoen objecten van 3000 datapartners uit heel Europa. Het Europeana platform is volwassen en operationeel. Met CEF-financiering wordt het platform verder ontwikkeld en financieel ondersteund.
GEANT Het GÉANT netwerk is de communicatie-infrastructuur voor de Europese gemeenschap voor onderzoek en onderwijs. Dit project wordt gefinancierd door 38 National Research and Education Networks (NRENs), zoals het Nederlandse SURFnet, en de Europese Unie. Het verbindt 50 miljoen gebruikers van 10.000 instituten in heel Europa. Het is ook verbonden met internationale vergelijkbare clusternetwerken van over de hele wereld via eduGAIN. Via deze netwerken worden allerlei diensten ontsloten voor het onderwijs en onderzoek, zoals elektronische leeromgevingen.
MT@EC Documenten die door de Europese Commissie en andere EU-instituten worden gebruikt dienen beschikbaar te zijn in 24 nationale talen. Het volume van deze content maakt het onmogelijk de vertaling aan mensen over te laten. De EC voorziet daarom al jaren een automatische vertaalmachine die een zekere “ruwe” machine-vertaling geeft voor een beperkt aantal talen.

Maar vertaaltechnologie heeft veel vooruitgang geboekt (in de vorm van Statistic Machine Translation, SMT), waardoor de kwaliteit, snelheid, ondersteuning van aantal talen en kosten drastisch verbeterd kunnen worden. MT@EC ontwikkelde daarom een nieuw vertaalsysteem, gebaseerd op SMT. De MT@EC-vertaaldienst kan tussen 552 taalparen vertalen en is compliant met regelgeving omtrent vertrouwelijkheidDe eigenschap dat informatie niet beschikbaar wordt gesteld of wordt ontsloten aan onbevoegde personen en informatie-uitwisseling.

MT@EC is operationeel sinds juni 2013 en wordt door verschillende EU-instituten gebruikt. Het is ook online beschikbaar in Europese diensten als IMI, SOLVIT, en nLex. MT@EC is een van de centrale bouwblokken in het [[Connecting Europe Facility (CEF)}CEF]] DSI-ecosysteem, in de vorm van het CEF.AT platform. MT@EC ontving financiering uit ISA2 en in het verleden uit het CIP. Automatische vertaling wordt voortgezet in eTranslation en heeft ook belangstelling binnen de programma’s FP7 en Horizon 2020.
Online dispute resolution system Het doel van de ODR DSI van CEF is een online platform voor het behandelen van conflicten tussen consumenten en bedrijven uit grensoverschrijdende handel. Dit is een wettelijke verplichting onder 2013/524/EU, die geldt per 9 januari 2016. een voorwaarde van Directive 2013/11/EU, de nationale alternative dispute resolution (ADR) systemen,moeten dan interoperabel zijn en een online portaal opgezet en getest. Een succesvolle pilot werd afgerond in oktober 2013 en juni 2014. Deze DSI heeft dan ook een zeer hoge volwassenheid. De call voor deze DSI sluit op 15 maart 2016, en met een duur van 18 maanden zou dit werkpakket eind 2017 afgerond moeten zijn.
Open data portal Doel van deze DSI van CEF is een pan-Europese digitale infrastructuur voor open data. Open data zijn publieke digitale gegevens, vaak vrijgegeven door overheden, die vrijelijk gebruikt kunnen worden om waardetoevoegende ICT-diensten te ontwikkelen. De Open data portal moet een archief zijn voor metadata over open data (dus de open data zelf wordt niet opgeslagen), en een meertalige zoekmachine met web-interface. Een proof-of-concept staat al op http://publicdata.eu/. De open data portal moet tot stand komen door metadata over open data te vergaren, om te zetten naar een standaard format (DCAT-AP), en middels een API te ontsluiten. De open data support (ODS) action heeft al veel content verzameld. Daarnaast kijkt dit DSI ook naar verbeterkansen, zoals het verrijken en linken van data. Een bèta-versie is gepubliceerd in november 2015 op het European Data Forum Conference, de volledige versie moet in januari 2016 openbaar worden gemaakt. In 2017 moet de ontwikkeling zijn afgerond. Ook wil CEF de Europese open data doen toenemen met 20%, volgens het G8 Open Data charter, en diensten die hiervan gebruik maken doen groeien, door engagement met stakeholders en het publiceren van succesverhalen. De call vanuit CEF sloot op 19 januari 2016.
STESTA Het secure Trans European Services for Telematics between Administrations network (sTESTA) is een fysiek netwerk en een aantal services voor berichtenverkeer, die de samenwerking tussen overheidsorganen in verschillende domeinen faciliteert. Bestaande nationale netwerken voor uitwisseling van gegevens zijn hier op aangesloten of kunnen dit nog doen. De voornaamste focus van de netwerkdiensten is beveiliging en versleuteling voor betrouwbare uitwisseling van bestanden. In Nederland is het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verantwoordelijk voor de sTESTA aansluiting. De technische aansluiting is belegd bij stichting RINIS.
Safer Internet Deze DSI van [[Connecting Europe Facility {CEF}|CEF]] is een voortzetting van de Europese Safer Internet-programma’s (2000-2013). Deze hadden tot doel kinderen te beschermen door veilig gebruik van het internet (door en voor kinderen) te promoten en illegale of schadelijk online content tegen te gaan. Onder INS@FE werd bewustzijn verhoogd, een netwerk van Safer Internet Centres opgezet, en hulplijnen om kinderen en ouders te informeren geïntroduceerd. Onder INHOPE werden hotlines opgezet om illegale content tegen te gaan.

De Europese strategie “a better internet for kids”(BIK) beoogt hoogwaardige content voor kinderen, bewustzijn en empowerment tegen gevaren voor kinderen, een veilige online omgeving voor kinderen, en het tegengaan van kinderporno. Onder CEF wordt deze strategie verder vormgegeven door het opzetten van speciale diensteninfrastructuur.

Concreet wordt een platform ontwikkeld voor het creëren en delen van middelen en diensten tussen nationale Safer Internet Centres, een single point of contact voor burgers om informatie in te winnen opgezet, en databases en rapportage opgebouwd voor het ondersteunen van hulplijnen en hotlines. De nationale platformen moeten voorzien in awareness centres die bewustzijnscampagnes organiseren en informatie bieden, hulplijnen gerelateerd aan Internetgevaren voor kinderen zoals cyberbullying, en hotlines voor illegale content gerelateerd aan kinderen, zoals opgezet in de Safer Internet programma’s. De vertaaldioenst eTranslation kan hieraan bijdragen.
Semantics Het Semantics bouwblok maakt semantische interoperabiliteitInteroperabiliteit is het vermogen van organisaties (en hun processen en systemen) om effectief en efficiënt informatie te delen met hun omgeving voor wettelijke en officiële documenten mogelijk. Deze technologie stelt machines in staat dergelijke documenten te lezen voor automatische analyse en verwerking. Semantics creëert concepten voor E-SENS (Electronic Simple European Networked Services), zoals ontologieën en diensten voor het mappen van documenten. Hierbij maakt het o.a. gebruik van de in Interoperability Solutions for Public Administrations (ISA) ontwikkelde bouwsteen Core Vocabularies.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Hulpmiddelen