Principes

Uit NORA Online
Ga naar: navigatie, zoeken
Bekijk de plaats in het kennismodel
De principes van de NORANederlandse Overheid ReferentieArchitectuur zijn bedoeld om overheidsorganisaties richting te duiden bij het inzetten van veranderingen en het uitvoeren van projecten. Met name bij het ontwerpen van nieuwe of aangepaste diensten is het noodzaak zichtbaar te maken hoe invulling wordt gegevenWeergave van een feit, begrip of aanwijzing, geschikt voor overdracht, interpretatie of verwerking door een persoon of apparaat aan de principes en welke overwegingen daarbij worden gemaakt. Hier geldt het pas-toe-of-leg-uit- principe, waarbij afwijkingen dus zijn toegestaan mits dat met goede argumenten wordt onderbouwd en vastgelegd om daar in een later stadium op terug te kunnen komen. Zo wordt voorkomen dat belangrijke zaken over het hoofd worden gezien.

De principes zijn beschreven in relatie tot relevante beleidskaders, vastgestelde standaarden, reeds beschikbare bouwstenen en voorbeelden, opdat de herkenbaarheid met de praktijk zo groot mogelijk is. Het format van deze beschrijvingen is gebaseerd op TOGAF: statement, rationale (toelichting) en implicaties.


Basisprincipes

Basisprincipes (BP’s) beschrijven de kwaliteit van overheidsdienstverlening vanuit het perspectief van de wensen van de samenleving, de burgers en bedrijven (het wat). Ze doen over het algemeen geen uitspraken over de wijze waarop dat moet worden gerealiseerd (het hoe). Dat wordt namelijk uitgewerkt in de Afgeleide principes. Basisprincipes helpen bij het schrijven van strategische plannen en wet- en regelgeving.

Het zal in de praktijk moeilijk zijn voor een overheidsorganisatieNORA doelt met het begrip 'overheidsorganisaties' zowel op overheden als op semi-overheid- en private organisaties met een publieke taak. om volledig en aan ál de Basisprincipes te voldoen, want het zijn wensen en doelen die met de tijd wijzigen. Waar het om gaat, is dat een overheidsorganisatieNORA doelt met het begrip 'overheidsorganisaties' zowel op overheden als op semi-overheid- en private organisaties met een publieke taak. die doelen onderschrijft, daartoe goed samenwerkt met andere (overheids)organisaties, zich aan de Basisprincipes committeert en actief stuurt op het voldoen aan de Basisprincipes waar dat mogelijk is. De Basisprincipes zijn daarmee vooral richtinggevend en bieden ruimte voor interpretatie. Als zodanig zijn ze doorgaans niet in absolute zin toetsbaar.


  1. BP01: Afnemers krijgen de dienstverlening waar ze behoefte aan hebben.
  2. BP02: Afnemers kunnen de dienst eenvoudig vinden.
  3. BP03: Afnemers hebben eenvoudig toegang tot de dienst.
  4. BP04: Afnemers ervaren uniformiteit in de dienstverlening door het gebruik van standaardoplossingen.
  5. BP05: Afnemers krijgen gerelateerde diensten gebundeld aangeboden.
  6. BP06: Afnemers hebben inzage in voor hen relevante informatie.
  7. BP07: Afnemers worden niet geconfronteerd met overbodige vragen.
  8. BP08: Afnemers kunnen erop vertrouwen dat informatie niet wordt misbruikt.
  9. BP09: Afnemers kunnen erop vertrouwen dat de dienstverlenerDe persoon of organisatie die voorziet in het leveren van een afgebakende prestatie (dienst) aan haar omgeving (de afnemers) zich aan afspraken houdt.
  10. BP10: Afnemers kunnen input leveren over de dienstverlening.

Afgeleide principes

Afgeleide principes geven meer concrete invulling aan de basisprincipes. Ze zijn te beschouwen als een checklist van kwaliteitskenmerken van de diensten van de overheid en geven handvatten voor operationeel niveau door hun uitwerking in concrete implicaties.

De dienstverlenerDe persoon of organisatie die voorziet in het leveren van een afgebakende prestatie (dienst) aan haar omgeving (de afnemers) kan deze kwaliteitskenmerken (ontwerpprincipes) vertalen naar kwaliteitsnormen (ontwerpbeslissingen) voor eigen diensten. Door het hanteren van de checklist worden belangrijke keuzes op het juiste moment en op de juiste plaats aan de orde gesteld. NORANederlandse Overheid ReferentieArchitectuur is dus geen blauwdruk die één op één kan worden overgenomen, maar een richting gevend instrument dat door professionals naar de eigen situatie moet worden vertaald.


  1. AP01: Diensten zijn herbruikbaar
  2. AP02: Ontkoppelen met diensten
  3. AP03: Diensten vullen elkaar aan
  4. AP04: Positioneer de dienst
  5. AP05: Nauwkeurige dienstbeschrijving
  6. AP06: Gebruik standaard oplossingen
  7. AP07: Gebruik de landelijke bouwstenen
  8. AP08: Gebruik open standaarden
  9. AP09: Voorkeurskanaal internet
  10. AP10: Aanvullend kanaalCommunicatiekanaal dat bij de dienstverlening wordt gebruikt. Elk kanaal kent verschillende vormen waarin informatie kan worden gedeeld.
  11. AP11: Gelijkwaardig resultaat ongeacht kanaalCommunicatiekanaal dat bij de dienstverlening wordt gebruikt. Elk kanaal kent verschillende vormen waarin informatie kan worden gedeeld.
  12. AP12: Eenmalige uitvraag
  13. AP13: Bronregistraties zijn leidend
  14. AP14: Terugmelden aan bronhouder
  15. AP15: Doelbinding (AP)
  16. AP16: Identificatie informatie-objecten
  17. AP17: InformatieBetekenisvolle gegevens.-objecten systematisch beschreven
  18. AP18: Ruimtelijke informatie via locatie
  19. AP19: Perspectief afnemerDe persoon of organisatie die een dienst in ontvangst neemt. Dit kan een burger, een (medewerker van een) bedrijf of instelling dan wel een collega binnen de eigen of een andere organisatie zijn.
  20. AP20: Persoonlijke benadering
  21. AP21: Bundeling van diensten
  22. AP22: No wrong door
  23. AP23: Automatische dienstverlening
  24. AP24: Proactief aanbieden
  25. AP25: Transparante dienstverlening
  26. AP26: Afnemer heeft inzage
  27. AP27: Een verantwoordelijke organisatie
  28. AP28: Afspraken vastgelegd
  29. AP29: De dienstverlenerDe persoon of organisatie die voorziet in het leveren van een afgebakende prestatie (dienst) aan haar omgeving (de afnemers) voldoet aan de norm
  30. AP30: Verantwoording dienstlevering mogelijk
  31. AP31: PDCA-cyclus in besturing kwaliteit
  32. AP32: Sturing kwaliteit op het hoogste niveau
  33. AP33: Baseline kwaliteit diensten
  34. AP34: Verantwoording besturing kwaliteit
  35. AP35: Continuïteit van de dienst
  36. AP36: Uitgangssituatie herstellen
  37. AP37: Identificatie authenticatieHet aantonen dat degene die zich identificeert ook daadwerkelijk degene is die zich als zodanig voorgeeft: ben je het ook echt? Authenticatie noemt men ook wel verificatie van de identiteit. en autorisatieHet proces van het toekennen van rechten voor de toegang tot geautomatiseerde functies en/of gegevens in ICT voorzieningen
  38. AP38: Informatiebeveiliging door zonering en filtering
  39. AP39: Controle op juistheid volledigheidBetekent dat alle procesgebonden informatie is vastgelegd en wordt beheerd die aanwezig zou moeten zijn conform het beheerregime dat voor dat proces is vastgesteld. en tijdigheid
  40. AP40: Uitwisseling berichten onweerlegbaar
  41. AP41: Beschikbaarheid

Navigeren op relevante afspraken

Wat doen we nu met die principes? Navigeren is meer dan een einddoel invoeren en op 'ga' klikken. De omstandigheden van het project (organisatie, stakeholders, legacy,heersende cultuur et cetera) bepalen mede welke koers nodig is om het doel te bereiken. Daarvoor is veel vakmanschap nodig.

Bestuurders gebruiken de afspraken (principes) om op een wereldkaart de grote lijnen uit te zetten.

Beleidsambtenaren en Projectleiders vertalen ze naar zeekaarten en kiezen welke havens aan te doen.

Ontwikkelaars vullen de technische details in om plaatselijke ondiepten en stromingen te vermijden.

Op elk niveau zijn er architecten om met hun vakmanschap de afspraken te duiden, vertalen en toepassen.

"Schets van laverend schip"

De kapitein in het plaatje hierboven wil een N-O koers varen, maar heeft daarbij de wind pal tegen. Het schip zal hoog aan de wind zeilend moeten laveren, om die koers te kunnen aanhouden. Het is aan het vakmanschap van de kapitein te danken dat de serie rakken het schip naar het gewenste doel brengen.

Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Hulpmiddelen